Dag 4 – Remi – Alleen op het water

Na het rondde van de boei bij Hindelopen volgde de track het windmolenpark, naar de boei die niet op mijn kaart stond maar waar ik wel de coördinaten had. Na het ronden van de boei, zakte de wind helemaal weg. Ik had terug kunnen varen en een rustpauze bij de boei kunnen inlassen. Ik had tenslotte 24 uur achtereen gevaren. Maar de plek stond me niet aan en het leek mij handiger om aan de andere kant van het het meer te liggen om de haalbaarheid van de 200myls te vergroten. Dus ben ik met 1 tot 2 knopen op de teller naar sportB en sportA gedobberd. Stuur automaat aan, en liggend op mijn buik een uurtje geslapen tot de centrale verkeerspost Lelystad begon met ‘alle schepen, alle schepen alle schepen, dit is de centrale verkeerspost lelystad met scheepvaart weer bericht’ of uurbericht, ik heb geloof ik beide gehoord. Ieder uur, een kwartier na heel, klonk dat door de marifoon. Een rustige, zeer duidelijk sprekende stem, ‘s nachts een man, in de ochtend overgenomen door een vrouw. Een vastigheid die mij steeds weer vertelde dat ik een uur verder was, de hele reis lang.

Meegedobberd met de weinige stroom die op het meer staat, af en toe een zuchtje wind. En als ik om me heen keek was de wind precies niet waar ik was. Kwam ik bij SportA die ik stuurboord rondde, daarmee checkte ik uit en kon ik het anker eruit gooien. Het was rond 13.00 uur en dus lunch tijd. Soep met crackers. Helaas was het meer zo groen drappig dat ik nadien niet m’n pan kon afspoelen, eerder deed ik ‘de afwas’ door mijn boord in het golvende water te houden, maar daar zou het dit keer niet veel schoner van worden.

Een tijd heb ik zitten kijken naar de aalscholvers en meeuwen die in groepen steeds samenkwamen, aten, op vlogen, rondjes vlogen om de groep. Fascinerend wat je op dat stille water ziet.

Drie kwartier na mijn ankering volgende de Unsa, zij was vlak na mij vertrokken uit Hindelopen en achter mij aangedobberd. De spinaker hing slap voor de mast en heeft niet geholpen met sneller zijn. De schipper van de Unsa kende ik van mijn reis met de ssr. Kort even samen gesproken, foto’s gemaakt en toen is hij door gedobberd.

Steeds meer begon de hemel om mij heen op mij neer te dalen en werden water en hemel één geheel. Ik heb mijn kleren, die ik te drogen had gehangen, naar binnen gehaald. De luiken gesloten en ben een paar uur gaan slapen, met het fijne getik van de regen op het dek. Drie uur later was ik weer wakker, eten klaar gemaakt, mijn vorige verhaal geschreven en mij klaar gemaakt voor de nacht. Om 20.00 uur mocht ik mijn ankerplaats verlaten en kon de dobberreis voortgezet worden.

Het was donker geworden en ik was blij dat ik een navigatiesysteem en kompas had. Het was mistig, er stond geen wind, er waren geen lichtjes te zien en er was nauwelijks iets te horen behalve het geluid van de stuurautomaat. Op dergelijke momenten is het lastig koers houden; waar komt de wind vandaan? Hoe moet ik mijn zeilen zetten? Wat kan ik nog verder doen om snelheid in de boot te krijgen? Ik besloot dichter bij de kant te gaan varen zodat ik mezelf minder alleen op het water voelde. Ik bleef Remi tot ik besloot de centrale meldpost op te roepen om te melden dat ik ergens op dat donkere meer ronddobberde, daarmee was ik gerustgesteld dat ten minste iemand van mijn bestaan in die niet-wereld afwist.

Hoe dichter ik bij de oude zeug kwam, hoe meer lichtboeien er zichtbaar werden. Dat gaf moed, van de vorige dag wist ik dat ik langs een lange wal voer met daarop een hele hoop vuurtorens. Eerlijk gezegd kan ik me nu niet meer herinneren of ik die nou echt gezien heb ‘s nachts. Maar eigenlijk kan ik me het niet voorstellen dat ze niet verlicht waren. Het was nog altijd mistig en op gegeven moment zag ik uit de richting van Medemblik boven de wolken uit een flits gevolgd door een donder. Een spannend moment waarop ik toch de centrale meldpost weer heb opgeroepen om te verifieren dat er echt geen onweer in de lucht zat. Wat het is geweest, geen idee, gelukkig geen onweer. Mijn reis kon, onder begeleiding van een luisterboek, doorgezet worden.

Toen ik dichter bij medemblik kwam begon de wind voorzichtig te waaien en liep mijn snelheid op, mede ook omdat ik steeds bezig was met de zeiltrim. In de mist ergens zuidoost van mij doemde op gegeven moment een oranje knipperlicht op. Hoe dichter ik naderde hoe duidelijker het was dat het de sportboei C was. Eindelijk de boei die ik moest rondden. Op die laatste momenten wordt ik zenuwachtig, wederom komt die boei niet dichterbij, het is geen bezeild rak, wat is dan het beste om te doen? Een paar lange rakken maken? Of juist korte? Ik kwam er en zette koers naar de D boei. Ondertussen klaarde het op en werd ik vergezeld door een prachtige sterrenhemel, de maan en begon ik de vuurtoren van Andijk te zien. Eerst stuurde ik daarheen, maar na enige tijd bleek dat dat te westelijk was. Sportboei D lag oostelijker. Met een aangetrokken wind 3/4bft was het weer leuk om te zeilen. Waar ik me over bleef verbazen was dat ik met zeilen helemaal dicht getrokken en strak aan de wind maar 3 knopen liep, als ik iets afviel liep ik al snel 5 knopen. Dat maakte ook deels waarom ik niet heel hoog aan de wind wilde lopen.

Na sportD zette ik koers naar de KG boei, als ik die boei zou ronden had ik het ‘level’ twee keer het ijsselmeer rond uitgespeeld en kon mijn laatste rustperiode tot na de sluis bij enkhuizen beginnen. Om 4,39 ‘s nachts checkte ik uit bij die KG boei. Ik had het gehaald!!